“Maar jij bent toch helemaal niet zo lenig?” Als je hypermobiel bent, herken je deze waarschijnlijk meteen. Ik hoor hem namelijk al jaren. En eerlijk? Ik snap waar het vandaan komt. Want het grootste misverstand over hypermobiliteit is dat je per definitie extreem lenig zou moeten zijn. Maar dat is dus niet zo.
Ik ben hypermobiel. En nee: ik kan geen spagaat.
Wat is hypermobiliteit?
Hypermobiliteit is geen ziekte, maar een lichamelijk kenmerk. Het betekent dat je gewrichten beweeglijker zijn dan gemiddeld, doordat je bindweefsel en banden soepeler zijn.
Het komt voor bij ongeveer 10% tot 15% van de mensen en vaker bij vrouwen dan bij mannen.
Belangrijk om te weten: hypermobiliteit is niet hetzelfde als lenigheid. Je kunt dus hypermobiel zijn zonder dat je er “lenig” uitziet.
Hoe hypermobiliteit zich bij mij uit

Bij mij zit het niet in extreme flexibiliteit, maar juist in instabiliteit. Mijn lichaam:
- heeft flexibelere banden (enkels, knieën, schouders)
- raakt sneller overbelast
- is gevoeliger voor blessures
Als kind verzwikte ik al regelmatig mijn rechterenkel. Mijn enkelbanden zijn meerdere keren verrekt, maar toen werd er nooit gesproken over hypermobiliteit.
Mijn voeten zijn lelijk en doorgezakt, daardoor heb ik ook een hallux valgus en ik had al eens steunzolen aangemeten gekregen. Maar lui en ijdel als ik was liet ik jarenlang geen nieuwe maken.
In 2016 ging, na een val van een paard, zelfs mijn schouder uit de kom. Achteraf gezien paste ook dat precies in het plaatje.
In augustus 2018 scheurde ik mijn voorste kruisband in mijn knie voor het eerst. Ik dacht toen dat het kwam omdat ik 6 weken daarvoor was bevallen van onze tweede dochter Fay. Met het opbouwen van spierkracht kon ik zonder operatie door. Maar ik verslonsde mijn krachttraining en onlangs, in december 2025, scheurde ik mijn kruisband opnieuw.
Dat was voor mij echt een wake-up call. En de stukjes vielen op zijn plek toen ik ook van de chirurg het bericht en daarmee de bevestiging kreeg: je bent hypermobiel.
Waarom je niet “gewoon voorzichtig” hoeft te zijn maar sterker moet worden
Wat ik heb geleerd (en wat ik echt eerder had willen weten):
Met hypermobiliteit moet je je lichaam niet ontzien: je moet het versterken.
En dat is precies waar ik nu middenin zit. Tijdens mijn revalidatie train ik op dit moment intensief om er weer bovenop te komen. Ik doe drie keer per week zware krachttraining. En nee, daar heb ik echt niet altijd zin in.
Maar ik sla het niet over.

De opmerking “dan sla je toch een keertje over?” vind ik dan ook lastig. Want dat is gewoon niet verstandig. Ik móét consequent blijven. En eerlijk: dat gaat me nu al 3,5 maand goed af.
Sterke spieren nemen namelijk een deel van de stabiliteit over van je banden. Zie het als een soort natuurlijke bescherming van je gewrichten.
Dus nee, ik train niet voor een strak lichaam. Ik train omdat mijn lichaam het nodig heeft om heel te blijven.
Waarom blessures sneller ontstaan bij hypermobiliteit
Als je hypermobiel bent:
- zijn je gewrichten minder stabiel
- kunnen ze sneller “te ver” bewegen
- raken pezen en spieren sneller geïrriteerd
- kun je bij relatief lage belasting al klachten krijgen
En dat maakt het soms frustrerend. Want wat voor een ander een normale training is, kan voor mij al te veel zijn.
Wat ik nu anders doe (en jou ook aanraad)

Na mijn laatste blessure ben ik mijn aanpak serieus gaan veranderen.
1. Krachttraining = basis
Gerichte kracht- en stabiliteitstraining is voor mij geen optie meer, maar een vast onderdeel van mijn routine.
2. Rustig opbouwen
Niet meer denken: “ik pak het wel weer even op”. Maar echt luisteren naar mijn lichaam.
3. Steunzolen dragen (ja, echt)
Ik heb opnieuw steunzolen laten aanmeten en dit keer gebruik ik ze wél.
En laten we eerlijk zijn: steunzolen maken je niet oud, ze maken je verstandig.
4. Extra support tijdens sporten
Ik wil binnenkort weer beginnen met tennissen en ga dan compressiesokken van STOX dragen.
Ik mag inmiddels alweer hardlopen en loopscholing doen. Met hardlopen bevielen ze al super goed, dus ik ben benieuwd hoeveel extra stabiliteit de sokken gaan geven op de baan.
5. Blijven bewegen (ook als je moe bent)
Vermoeidheid is iets wat veel voorkomt bij hypermobiliteit. Maar juist bewegen helpt om je energie en belastbaarheid op te bouwen.
Veelgemaakte misverstanden over hypermobiliteit
Laten we er even een paar rechtzetten:
“Je bent alleen hypermobiel als je super lenig bent”
→ Niet waar.
“Je moet vooral voorzichtig doen”
→ Nee, je moet vooral slim en consequent trainen.
“Het valt wel mee”
→ Als je er geen last van hebt: top. Maar als je dat wel hebt, kan het echt impact hebben op je dagelijks leven.
Mijn belangrijkste inzicht (nu ik 40 ben)
Soms heb je een paar wake-up calls nodig voordat je echt luistert naar je lichaam. Voor mij was mijn knieblessure in december er zo één. Ik zie nu in dat ik mijn lichaam moet ondersteunen in plaats van het als vanzelfsprekend te zien.

En ja, misschien komt die wijsheid met de jaren.
Tot slot
Hypermobiliteit is iets wat je niet altijd ziet, maar wel voelt. En hoe het zich uit, verschilt per persoon.
Voor mij betekent het:
- bewust trainen
- consequent blijven (ook als ik geen zin heb)
- mijn lichaam serieus nemen
- en investeren in stabiliteit
Niet uit ijdelheid, maar uit noodzaak.
En misschien nog wel het belangrijkste: begrijpen dat “er normaal uitzien” niet betekent dat er niets aan de hand is.
Herken jij jezelf hierin? Of heb je vragen? Laat het me vooral weten.